Bij een vers geplante taxus, met kluit of blote wortel, is water geven het eerste jaar de belangrijkste klus. De meeste planten die het niet redden, gaan dood door te weinig water in de eerste maanden, niet door vorst en niet door gebrek aan mest. Mest doet pas later iets, water bepaalt of de plant aanslaat. Of en wanneer je voedt, lees je bij de vraag 'Moet ik taxus bemesten?'.
Dat geldt voor beide plantvormen, elk om een eigen reden. Een kluit is ouder en heeft meer wortelmassa, maar bij het rooien is de buitenste rand afgestoken, dus de plant moet eerst opnieuw inwortelen. Blote wortel is jonger en kleiner, en die kale wortels mogen na het planten niet uitdrogen. Allebei vragen ze daarom in het begin om ruim water.
Plant je in het natte rustseizoen, in de herfst of winter, dan doet de natuur een groot deel van het werk en geef je veel minder. Het schema hieronder geldt vooral voor planten in het groeiseizoen en voor droge, warme periodes.
Hoe vaak je giet, hangt af van de leeftijd van de plant en van het weer:
- Eerste twee weken. bij droog of zonnig weer elke dag gieten. Is het koel of regent het, kijk dan om de dag en geef pas als de grond bij de kluit droog aanvoelt.
- Week drie tot ongeveer twaalf. twee tot drie keer per week een flinke beurt. Liever in een keer veel dan elke dag een beetje, want zo zoeken de wortels de diepte op.
- Na ongeveer drie maanden. alleen nog bij droogte of warmte. De eerste zomer blijf je controleren, ook als de plant al lijkt aan te slaan.
Een aangeslagen taxus, die langer dan twee jaar op dezelfde plek staat, redt zich in normale jaren prima zonder extra water. In een droge zomer geef je ook zo'n oudere plant gerust een keer een flinke plens, zeker als de naalden dof beginnen te worden.
Hoeveel water je per keer geeft, hangt vooral af van de grootte van de plant. Voor taxus met kluit houd je deze richtlijn aan:
| Plantgrootte met kluit | Water per gietbeurt |
|---|
| Klein, tot 80 cm | 10 tot 15 liter |
| Middel, 80 tot 120 cm | 15 tot 25 liter |
| Groot, boven 120 cm | 30 liter of meer |
Voor een haag reken je dit door naar het aantal planten per strekkende meter. Reken een kleine kluit op drie planten per meter en 10 tot 15 liter per plant, dan kom je op 30 tot 45 liter per meter per gietbeurt. Plant je blote wortel of klein plantgoed dicht op elkaar, zo'n vijf per meter, reken dan op ongeveer 8 tot 12 liter per strekkende meter per beurt. Op zandgrond of in de hitte mag het overal wat royaler.
In de praktijk hoef je dit niet op de liter af te meten. Een flinke tuingieter is ongeveer 10 liter. Voor een kleine kluit reken je op een tot anderhalve gieter per plant, voor een middenmaat op anderhalve tot tweeënhalve gieter, en voor een grote kluit op drie gieters of meer. Belangrijker dan het precieze aantal is dat het water echt tot bij de kluit doordringt en niet alleen het oppervlak natmaakt.
De grondsoort bepaalt hoe vaak je giet. Zandgrond laat water snel door en houdt weinig vast, dus daar giet je vaker en iets royaler. Kleigrond houdt water lang vast, dus daar giet je minder vaak en let je op dat de plant niet in een badkuip komt te staan. Hoe je natte of slecht doorlatende grond aanpakt, lees je bij de vraag 'Mijn grond is nat of slecht doorlatend, wat moet ik doen voordat ik taxus plant?'.
TipGiet langzaam. Gooi je een emmer in een keer leeg, dan loopt het water langs de kluit weg in plaats van erin. Geef het rustig de tijd om in te zakken, eventueel in twee rondes met even tijd ertussen. Een laag aarden randje rond de plant houdt het water boven de wortels en scheelt veel.
TipGeef water in de vroege ochtend of in de avond, niet midden op de dag. In de volle zon verdampt een groot deel voordat het de grond in trekt. Sproei de planten in droge perioden af en toe ook over het blad. Dat frist de naalden op en spoelt stof weg.
TipVoel of de grond nog vochtig is, en kijk niet alleen bovenop. Steek je vinger een centimeter of tien de grond in, vlak naast de kluit. Droog betekent gieten, licht vochtig is goed, en dagenlang drijfnat betekent dat je het rustiger aan mag doen. De bovenkant kan kurkdroog zijn terwijl het eronder nog prima zit, en andersom.
Op sommige plekken droogt de grond veel sneller uit dan je denkt. Let extra op bij:
- zandgrond
- veel wind
- volle zon
- een plek onder een overkapping of dakrand
- planten dicht tegen een schutting of bestrating
TipVergeet jong plantgoed niet in de winter. Na een droge vorstperiode zonder sneeuw, of na een lange droge periode in de wintermaanden, kan de grond rond jonge planten flink uitdrogen. De plant staat er bevroren bij en kan zelf geen vocht opnemen. Geef dan een bescheiden scheut op een vorstvrij moment. Dat hoeft geen tien liter te zijn zoals in de zomer, een paar liter per plant houdt de wortels al vochtig.
TipWe horen het vaak: "Maar wij hebben een druppelslang liggen." Veel particuliere druppelslangen geven te weinig water per keer. In een hete zomer is dat beetje al verdampt in de bovenste centimeters voordat het bij de wortels komt. Een professioneel ingesteld systeem dat lang genoeg draait werkt prima, maar de gemiddelde slang uit het tuincentrum geeft onvoldoende. Taxus heeft liever een keer per week een flinke plens die tot op worteldiepte doordringt, dan elke dag een dun straaltje dat alleen het oppervlak nat maakt.
De meest gemaakte fout is elke dag een klein beetje sproeien. Dan blijft alleen de bovenste laag nat, zoeken de wortels niet naar beneden, en bij de eerste hittegolf gaat de plant alsnog onderuit. Maar het kan ook andersom. Taxus heeft een hekel aan natte voeten. Blijft de kluit weken achtereen kletsnat, dan kan hij gaan rotten. De grond moet vochtig zijn, geen blijvend modderbad. Op kleigrond is dat het punt om op te letten, op zandgrond zelden.